Informatiedocument bij prospectusvrijstelling

De prospectusvrijstelling is gewijzigd. Op 29 september 2026 is de oude vrijstellingsregeling komen te vervallen. In plaats daarvan staan de verplichtingen voor vrijgestelde aanbiedingen nu in artikel 5:4 Wft.

Informatiedocument bij prospectusvrijstelling
bron: pixabay

De prospectusvrijstelling is gewijzigd. Op 7 juli 2026 heeft de Eerste Kamer de bijbehorende implementatiewet aangenomen. Op 29 september 2026 is deze in werking getreden en is de oude vrijstellingsregeling (53 VrWft) komen te vervallen (Stcrt 2026, 32805). In plaats daarvan staan de verplichtingen voor vrijgestelde aanbiedingen nu in artikel 5:4 Wft.

In het verleden behoorde voor vrijgestelde effectenaanbiedingen gebruik te worden gemaakt van een wettelijk model-informatiedocument (bijlage A van VrWft). Dat voorschrift is vervallen. In plaats daarvan moeten aanbieders nu zelf uitpluizen wat er in het informatiedocument hoort te staan. De omschrijving daarvan staat in de bijlage van TK 36930 6 en betreft geselecteerde bepalingen uit artikel 7 van de Prospectusverordening. Die bepalingen zijn eigenlijk geschreven voor de samenvatting van een prospectus, waardoor het niet helemaal duidelijk is welke normen er nu precies gelden voor een informatiedocument. Het is te hopen dat de AFM hierover meer duidelijkheid gaat verschaffen.

Verder dient rekening te worden gehouden met artikel 6:193f sub g BW dat verwijst naar artikel 6 van de Prospectusverordening. Al met al zal een vrijgestelde effectenaanbieding voor consumenten dus rekening moeten houden met het bepaalde in artikel 6 en met de geselecteerde bepalingen van artikel 7 van de Prospectusverordening.

Dat de nieuwe regeling niet bepaald een verbetering is heeft elannet bij de internetconsultatie aanhangig gemaakt. De ambtenaren walsten daar overheen (zie MvT pagina 21 e.v.). De Kamerleden leken er geen erg in te hebben. De ingewikkeldheid van de regeling werd pas op het laatste moment voor hen inzichtelijk gemaakt (op 17 juni 2026, zie TK 36930 6). Dat was nadat de behandeling al had plaatsgevonden. De parlementaire geschiedenis biedt zodoende geen antwoord op de vele vragen die uit de regeling opdoemen. De praktijk, de rechtspraak en de toezichthouders zullen het moeten uitwijzen.

*** Dit artikel is op 7 oktober 2026 geactualiseerd. Het was oorspronkelijk geschreven nadat de implementatiewet was aangenomen, maar voordat deze in werking was getreden. Verdere actualisering is niet voorzien. ***